| Botswana | ||||||
![]() - Bantoe - Botswana - Kalahari - Khama - Okavango Delta - Setswana - Tswana |
Botswana ligt in het hart van zuidelijk Afrika en is 16 keer groter dan Nederland. Met nog geen 2 miljoen inwoners is het dunst bevolkte land van Afrika. Het land
heeft geen directe toegang tot zee en heeft weinig reliëf. Het centrum en zuidwesten worden ingenomen door de Kalahari. In het oosten liggen steppe en savanne. Hier graast
een groot gedeelte van de Botswaanse veestapel. Het noorden waar een redelijke hoeveelheid neerslag valt, is bedekt met mopane- en teakbossen. Waar de rivier de Okavango “vastloopt”
in de Kalahari is de Okavango Delta ontstaan, een uniek natuurgebied met een rijke flora en fauna. De hoofdstad Gaborone werd in 1966 gesticht en ligt een kilometer of 15 van de grens met Zuid Afrika, ten noordwesten van Johannesburg en Pretoria. In de jaren 70 van de vorige eeuw woonden hier nog geen 20.000 mensen; inmiddels telt de stad meer dan 200.000 inwoners. Francistown heeft iets minder dan 100.000 inwoners en is de tweede stad van Botswana. Het ligt ten noordoosten van Gaborone niet ver van de grens met Zimbabwe. Beide steden zijn met elkaar verbonden door een spoorweg die van Zuid Afrika via Gaborone en Francistown naar Zimbabwe loopt. Het merendeel van de inwoners van Botswana woont binnen een straal van 50 kilometer van de spoorlijn tussen Gaborone en Francistown. In Botswana behoren de meeste mensen (80%) tot de Tswana. Andere bevolkingsgroepen zijn de in de Kalahari levende Bosjesmannen of San, Kalanga, Mbukushu, Yei en Herero. Slechts 0,5% van de bevolking is blank. De officiële taal van Botswana is Engels maar Setswana is voor bijna iedereen de eerste taal. Het Setswana behoort tot de Bantoetalen. De Tswana zijn van oudsher veehouders en dat is goed te zien aan de woordenrijkdom in hun taal voor wat betreft agrarische onderwerpen. Zo hebben ze 52 woorden om de tint van vee te omschrijven. Geen overbodige luxe in een land waar de koeien van verschillende eigenaren vaak door elkaar lopen. De Tswana kennen geen grote traditie als het gaat om het geschreven woord. Verhalen en legenden worden mondeling overgebracht. De god van de Tswana, aangeduid als modimo, wordt voornamelijk gezien als een creatieve kracht die eerder vrouwelijk dan mannelijk van karakter is. De Tswana geloven in twee werelden, die van de levenden en die van de geesten van de voorouders, de badimo. De wereld van de badimo is een kopie van de wereld van de levenden. De Tswana zijn zeer goed bekend met hun voorouders, kennen mensen van verschillende generaties bij naam en spreken hun geesten regelmatig aan. De badimo is een intermediair tussen de mensen en de modimo. Het is zaak de badimo goed op de hoogte te houden van persoonlijke en maatschappelijke ontwikkelingen en vooral de modimo te vriend te houden om onheil te voorkomen. Belangrijke rituelen waren de besnijdenis van jongens en meisjes. Als voorbereiding daarop brachten de kandidaten voorheen maanden door in de bush, waar hun de fundamenten van de Tswanacultuur werden bijgebracht. Deze rituelen zijn onder invloed van christendom en moderniteit zo goed als verdwenen. Polygamie is een ander kenmerk van de Tswanacultuur. Polygame huwelijken zijn tegenwoordig wettelijk verboden, maar als gevolg van de vrije seksuele moraal hebben nog al wat mensen wisselende seksuele contacten. Aids is in Botswana dan ook een groot probleem.
Na WO I was de situatie in zuidelijk Afrika grondig veranderd. De Britten hadden binnen 5 jaar met hun belangrijkste rivalen in de regio afgerekend. De Tweede Boerenoorlog had de Britten een zwaarbevochten overwinning opgeleverd. De Kaap en Transvaal gingen in 1910 op in de Unie van Zuid Afrika, waardoor de Boeren van eeuwige tegenstanders in één klap medeburgers werden. Tijdens WO I vielen Zuid Afrikaanse troepen zuidwest Afrika binnen en werd het Duits koloniale leger met gemak verslagen. De Duitse elite werd op de boot naar Hamburg gezet. De vrijgekomen landerijen werden voor spotprijzen ter beschikking gesteld aan Zuid Afrikaanse kolonisten. De enige niet-Britse gebieden in zuidelijk Afrika waren het Portugese Angola en Mozambique. Portugal was echter al lang geen koloniale macht van betekenis meer, dus hadden de Britten feitelijk het rijk alleen. Gevolg was dat Bechuanaland de strategische functie als “wig” tussen de Duitsers en de Boeren verloor en voor de Britten zo mogelijk nog oninteressanter werd dan het al was. Anders dan zuidwest Afrika en Rhodesië trok Bechuanaland slechts een handjevol blanke immigranten. Er waren geen bodemschatten en het land was te droog voor grootschalige commerciële landbouw. Groot Brittannië wilde dat de kolonie zelf voor de kosten van het bestuur opdraaide. Er werd belasting ingevoerd, waarvan de stamhoofden 10% mochten behouden. Die belastingdruk en de slechte condities voor landbouw en bevolkingsgroei dwongen veel Batswana te gaan werken in de diamant- en goudmijnen van Zuid Afrika. De eerste decennia van de 20ste eeuw lieten daardoor een gestage verarming van Bechuanaland zien. Net als in de meeste andere landen van Afrika kwam na WO II ook in Bechuanaland een onafhankelijkheidsbeweging op gang. Hoewel het lokale bestuur feitelijk in handen was van de Britten, waren in Bechuanaland lokale chiefs in functie gebleven. De belangrijkste chief was die van Ngwato, het grootste chiefdom in het protectoraat. Toen zijn vader chief Sekgimo (zoon van Kama III) in 1926 overleed, was opvolger Seretse Khama pas 3 jaar oud. Zijn oom Tshekedi was tot 1950 regent over Ngwato en manifesteerde zich als een van de grote Afrikaanse politieke leiders in zuidelijk Afrika. Hij begon een juridisch steekspel met de Britten met als inzet de bevoegdheden van de lokale chiefs en eigendomsrechten over de bodemschatten van Bechuanaland. In 1948 brak er een bizarre politieke crisis uit. Seretse Khama, 25 jaar ondertussen, trouwde met Ruth Williams, een blanke Engelse. Dit was een schop tegen het zere been van de Nationale Partij van Zuid Afrika, die net aan de macht was gekomen en de apartheid had ingevoerd. Onder druk van zowel Zuid Afrika als Rhodesië nodigde de Britse regering Seretse Khama uit naar Engeland te komen en toen hij kwam, mocht hij niet meer naar Bechuanaland terug. Pas na 5 jaar liet Groot Brittannië hem gaan, op voorwaarde dat hij er van af zou zien chief te worden. De affaire had hem in Bechuanaland echter zeer populair gemaakt, wat hem hielp bij de belangrijke politieke rol die hij ging spelen. Langzamerhand kregen de Batswana in Bechuanaland meer politieke rechten. In 1958 werd een wetgevende raad ingesteld, waarvan de leden werden gekozen. De 3.200 blanken in Bechuanaland kregen evenveel zetels als de 317.000 Batswana, maar het was de eerste stap in de richting van onafhankelijkheid. Begin jaren 60 werden de eerste politieke partijen opgericht. Na een grondwetswijziging in 1965 werden algemene verkiezingen uitgeschreven die door de Bechuanaland Democratic Party van Seretse Khama werden gewonnen. In 1966 (30 september) werd Bechuanaland onafhankelijk. De naam werd veranderd in Botswana en Seretse Khama werd president. Anders dan in buurlanden Zimbabwe en Namibië, die pas in respectievelijk 1980 en 1990 onafhankelijk werden, werd de onafhankelijkheid van Botswana zonder bloedvergieten bereikt. Dit is illustratief voor het belang dat de Britten aan hun protectoraat hechtten. De jonge republiek Botswana stond er economisch beroerd voor. De onafhankelijkheid had in de praktijk nog niet veel waarde. Het land werd omringd door landen die nog steeds in het koloniale tijdperk verkeerden. Zuid Afrika en Rhodesië waren zelfstandige staten bestuurd door blanke minderheidsregeringen, zuid west Afrika werd door Zuid Afrika bestuurd en Angola was een Portugese kolonie. Zambia was het enige buurland dat onafhankelijk was, maar met Zambia deelde Botswana samen met zuid west Afrika en Rhodesië alleen een vierlandenpunt, dat notabene in het midden van de Zambezi lag. Daar kwam bij dat de spoorweg in handen bleef van Rhodesië. De belangrijkste economische activiteit in Botswana was extensieve veeteelt. Deze werd echter zwaar getroffen door een periode van extreme droogte waardoor Botswana gedwongen werd voedselhulp van Zuid Afrika te accepteren. Toch weigerde Seretse Khama diplomatieke banden aan te knopen en sprak hij zich openlijk uit tegen apartheid. Botswana nam vluchtelingen op uit Zuid Afrika evenals Zuid Afrikaanse blanke dienstweigeraars, maar stond nooit toe dat vanaf zijn grondgebied militaire acties tegen Zuid Afrika werden uitgevoerd. In 1967 bleken de Britten zich enorm te hebben vergist met het loslaten van Botswana. Nog geen jaar nadat het land onafhankelijk was geworden, werd bekend dat Botswana over enorme diamantvoorraden beschikte. Dat zou in de jaren 70 en 80 de grootste economische groei ter wereld opleveren en het land tot een van de welvarendste van Afrika maken. De werkgelegenheid die de diamantwinning met zich meebracht, maakte het land een stuk minder afhankelijk van Zuid Afrika, waardoor het voor veel Botswaanse gastarbeiders mogelijk werd huiswaarts te keren. Bovendien bood dit de gelegenheid banden met Zambia aan te trekken. Zo werd er een weg aangelegd naar het dorpje Kazungula aan de Zambezi, vanwaar een pont een verbinding met Zambia ging onderhouden. Door de onafhankelijkheid van Angola en Mozambique in 1975 en Zimbabwe in 1980 werd het isolement van Botswana verder verminderd. Seretse Khama overleed in 1980. Hij werd opgevolgd door vice-president Quett Masire. Na het onafhankelijk worden van Namibië in 1990 en het invoeren van de democratie in Zuid Afrika in 1994 zijn de banden met deze landen versterkt en zullen ze met zijn drieën de motor moeten gaan worden voor geheel zuidelijk Afrika. Bron: Dominicus "Zimbabwe/Botswana/Namibië" (2006), "Verdeel & heers" door H. Wesseling (2003). |